Mijn naam in breuken
Met deze opdracht ontdek je breuken aan de hand van iets heel herkenbaars: je eigen naam!
Schrijf je voornaam bovenaan het werkblad en tel uit hoeveel letters je naam bestaat. Elke letter stelt één gelijk deel van je volledige naam voor.
Daarna ga je aan de slag:
Verdeel de strook in evenveel gelijke delen als het aantal letters van je naam. Elke letter krijgt één deel.
Bepaal de breuk die bij één letter hoort. Bestaat je naam bijvoorbeeld uit 6 letters? Dan stelt elke letter 1/6 voor.
Vul de getallenlijn aan van 0 tot één geheel. Bij een naam van 6 letters krijg je dus 1/6, 2/6, 3/6 … tot 6/6 = 1.
Zoek de klinkers in je naam en schrijf als breuk welk deel van je naam uit klinkers bestaat.
Doe hetzelfde voor de medeklinkers.
Voorbeeld: AMELIE heeft 6 letters. Elke letter is dus 1/6. Er zijn 4 klinkers (4/6) en 2 medeklinkers (2/6).
Zo oefen je op een speelse manier breuken, teller en noemer, gelijke delen én de getallenlijn.





Opmerkingen